Op de kleuterschool leerden we al dat je groene verf krijgt door geel met blauw te mengen. Uiteindelijk kon je met Rood, Geel en Blauw zo’n beetje alle kleuren krijgen die je maar wilde hebben. De onder digitale fotografen bekende afkorting ‘RGB’ staat echter voor Rood, Groen, Blauw en dat zijn de kleuren die in de digitale fotografie de basis vormen van alle kleuren. Waar is Geel gebleven? Hoe zit dat met onze kleuterschoolopleiding? Kunnen we daar nog wat mee in onze digitale wereld? Een artikeltje over kleurenleer.>>>>>
Lievens, een goede schilder uit Leiden en een vriend van Rembrandt van Rijn. Als 8-jarige jongen begon hij aan zijn schildersopleiding, als 12-jarige werkte hij als zelfstandig kunstenaar, als 22-jarige trok hij volop belangstelling van het Haagse hof. Een wonderkind. Maar slechts voor een tijd >>>>>
Een grote, oude hervormde kerk. Zo ongeveer zag het Godshuis in Genčve eruit. Vanaf de kansel zag Calvijn een gemeente, omringd door statige zuilen en hoge, ranke ramen in de muren van een ernstig gebouw. Alleen de zo vertrouwde beelden en altaren zijn er niet meer. Want Calvijn koos voor een kerk zonder kunst.
Maar op het moment dat de reformator de kerkdeuren achter zich sloot, had hij het laatste woord over kunst nog niet gezegd. >>>>>
Schilderen zodat ”de adem der natuur” in de schilderijen aanwezig is. Dat is een van de moeilijkste opgaven die de landschapsschilder Willem Roelofs (1822-1897) zichzelf stelde. Het resultaat van deze levenslange opdracht is nu te zien in de overzichtstentoonstelling ”Willem Roelofs. De adem der natuur”. >>>>>
Deze artikelen zijn geschreven voor de reformatorische studentenvereniging Depositum Custodi. De vereniging is gericht op HBO en WO studenten. De lezingen avonden zijn openbaar. Bij deze ben je dan ook van harte uitgenodigd om op een van de lezingen te komen luisteren. Kijk op de website van de vereniging voor meer informatie.
Bach, Telemann, Purcell en Händel, om maar eens een paar componisten te noemen, zijn voor ons goede bekenden, maar wat was er nu vóór hun tijd, en om nog verder te gaan, hoe ging het er in het Oude Testament nu precies aan toe? Men zong psalmen, maar hoe dan precies? Is dat nu nog te achterhalen? >>>>>
Heeft u weleens verder over de psalmen nagedacht dan dat u jong bent? Wel eens voorin uw psalmboek ontdekt dat de berijming van Datheen of die van 1773 wel heel lang geleden zijn opgesteld? Heeft u zich weleens verbaasd dat christenen hier nu, anno 2005, nog uit zingen en dat eenstemmig op een heel eenvoudig, bijna saai ritme? In ieder geval heel anders dan de cantates van Bach en zeker anders dan de huidige gospel. Hoe is dat zo ontstaan en welke invloed heeft Calvijn hierop gehad? Vragen genoeg, nu de antwoorden. Als Wageninger ga ik een poging doen die in de geschiedenis voor u te vinden. Heeft u interesse in de ontwikkeling van de geestelijke muziek vóór de Reformatie, lees dan 'Psalmenzingen vanaf David tot Calvijn'. >>>>>
Vroeger, die 'goeie ouwe tijd', toen haalde men het water gewoon uit de sloot. Maar de snelle bevolkingsgroei, de verstedelijking en de industrialisatie maakten dat al snel onmogelijk. Toch stammen de eerste waterleidingen pas uit het eind van de 19e eeuw. Nu, in de 21e eeuw, wordt er per jaar zo'n 1250 miljoen kubieke meter water via waterleidingen naar de burger en de industrie gepompt. Hiervan gebruikt de burger per dag 126 liter, alsof het niets is. Maar gelijk hebben ze.'t Is helder, zuiver, smaakvol, schoon en, niet onbelangrijk, enorm goedkoop. En dan toch zijn er mensen die het aandurven om per jaar tientallen liters flessenwater te kopen, alsof het niets is. Wees wijzer! >>>>>
Wel eens over graancirkels gelezen of een foto in de krant gezien? En wat dacht u toen: ,,Mwah, kunstig gemaakt, verder niets bijzonders" of ,"gewoon buitenaardse wezens" zoals vele anderen? Een lachertje in ieder geval. Dit artikel wil aantonen dat graancirkels in het geheel geen lachertje zijn, maar behoren tot de vele mysteries van onze wereld. Als het een grap is, dan in ieder geval een heel goede. Trek zelf uw conclusie. >>>>>
De zon gaat op boven de mistige, nog frisse Vallei. Een koe, net wakker, kijkt met lodderige ogen naar de eerste zonnestralen en steekt zijn staart in de hoogte. Een kievit vliegt op en schreeuwt van blijdschap luid haar naam. In de verte ligt het bos als een deken op de Stuwwal, waarvan de bomen als dikke vingers wijzen naar waar de oorzaak en het vervolg van deze nieuwe dag hun oorsprong hebben. Links meandert de Rivier. In het westen verdwijnt zij in het nog donkere, slapende land. >>>>>
Dit Essay heb ik geschreven naar aanleiding het boek The age of Spiritual machines van de futurist Ray Kurzweil. Hij beschrijft een toekomst waarin computers net zo slim zijn als mensen, zelfstandig kunnen lezen en de wereldliteratuur kunnen beheersen. De computer zal in ons hele leven aanwezig zijn in de vorm van o.a. vertaaltelefoons, virtuele omgevingen, minibeeldschermpjes in brillen waarop we de krant kunnen lezen en allerhande implantaten om lichaamsfuncties over te nemen of te verbeteren. Het verschil tussen mens en machine zal steeds kleiner en vager worden. Dit zal al aan het einde van deze eeuw het geval zal zijn >>>>>